Historische methodes om kaalheid te behandelen

De medische behandelingen die men vroeger verrichte om kaalheid te verbergen waren voor die tijd nieuw, maar zijn inmiddels achterhaald. Hier volgen enkele methodes, die tegenwoordig nog maar zelden worden toegepast.

Onderbinding

De Belgische arts dr. R. Marechal introduceerde deze behandeling in de jaren vijftig. De achterliggende theorie gaat uit van het mannelijk hormoon in het bloed als de grootste boosdoener bij haaruitval.

Hieruit volgt dat als dit hormoon het bovenhoofd niet zou bereiken er sprake zou zijn van minder haaruitval. Hiertoe wordt op een plaats voor en achter beide oren een bloedvat afgebonden en definitief afgesloten. Het bloed met daarin mannelijk hormoon heeft nu niet langer toegang tot het bovenhoofd.

Van deze behandeling is nooit komen vast te staan dat hij werkt. Eventueel succes wordt eerder toegeschreven aan het bekende placebo-effect (als je er maar lang genoeg in gelooft gebeurt het ook).

Galea-release

Volgens de Duitse theorie heeft dit tot gevolg dat het op deze manier bepaalde bloedvaten onmogelijk wordt gemaakt -net zoals bij onderbinding- om hormonen in de hoofdhuid af te zetten. Ook deze behandeling is geleidelijk verdwenen omdat de werking niet kon worden bewezen.

Momenteel is de methode echter weer in discussie, nu vanwege de Zweedse theorie. De Zweden beweren het ongekeerde over de werking van galea-release van wat de Duitsers beweerden. De galea zou bij kalende mensen te strak over de schedel liggen. Daardoor worden microbloedvaten afgeklemd zodat het haar niet voldoende voeding krijgt.

Als bewijs voor deze theorie wordt door de Zweden een eeneiige tweeling aangevoerd waarvan één broer zijn haar heeft behouden nadat hij een galea-release had ondergaan, terwijl zijn broer niet behandeld werd en nu kaal is.

Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of de Zweden het bij het rechte eind hebben. Zeker is dat de methode niet in alle gevallen werkt en dat eenmaal verloren haar niet meer terugkeert.

Haartransplantatie door middel van de punchgraft-methode

De techniek van haartransplantatie is in wezen vrij eenvoudig. Met behulp van een mesje met en ronde vorm (zoals een pons = Eng. ‘punch’) worden rondjes (‘grafts’genaamd) van ongeveer 3 / 4 millimeter uit het achterhoofd gehaald. Het haar op dit deel van het hoofd is niet belast met erfelijk veroorzaakte kaalheid. Daarna worden boven op het hoofd, kaar waar haar nodig is, met dezelfde methode rondjes kale huid verwijderd.

De rondjes uit het haar, waar dus de groeiende haarwortels inzitten worden dan in die gaatjes bovenop gezet. Per rondje zet de arts zo 10 tot 25 haren over. De wondjes in het achterhoofd worden soms wel en soms niet gehecht. In ieder geval is het resultaat van het weghalen in het donorgebied onzichtbaar, doordat het omliggende haar er weer overheen valt.

Het haar begint bij deze methode na 12 tot 15 weken weer te groeien. De reden waarom het haar niet direct doorgroeit is gelegen in het feit dat alle haren een groeifase hebben (3 tot 5 jaar) en na uitval een rustfase.

In een periode dat haar uitbalt is de groeicyclus voor elke haar verschillend. Vandaar dat het dan niet opvalt als een haar in rustfase verkeert ( bij sommige dieren is dit anders geregeld: in de zogenaamde ruiperiode vallen alle haren tegelijk uit doordat ze zich in dezelfde fase van hun groeicyclus bevinden).

Na een haartransplantatie gaan de getransplanteerde haren allen tegelijk over in een rustfase. Na de genoemde periode van 12 tot 15 weken neemt iedere haar weer zijn oude tijdschema aan, zodat de cyclus weer normaal verloopt. Gelukkig maar, anders zou het getransplanteerde haar elke 3 tot 5 jaar tijdelijk uitvallen!

Nadeel van de punchgraft-methode is het zogenaamde borsteleffect (polletjes), dat zichtbaar wordt als het haar uit elkaar waait of als de cliënt het haar achterover wil kammen. Ook wordt het donorgebied niet efficient benut omdat er tussen de weggehaalde rondjes nog haren achterblijven.

Toch is deze methode jarenlang gebruikt. Ook tegenwoordig wordt hij nog toegepast. Het verschil met vroeger is dat de diameter van de grafts is verkleind (tot ongeveer 1 millimeter) waardoor aan de aanzet een beter resultaat wordt verkregen. Ook wordt tegenwoordig het donorgebied veel efficiënter gebruikt.

Langzamerhand wordt deze methode echter verdrongen door de micro-haartransplantatie

Haartransplantatie door middel van stripgrafts

Na het succes van de punchgraft-methode kwamen ander artsen op het idee om in plaats van een rondje een hele baan (Eng. strip) te verwijderen en die dar waar nodig te plaatsen. Het voordeel daarvan zou zijn dat het verplaatste haar even dik werd gezet daar waar het vandaan kwam.

De strip bleek echter geen doorslaggevend succes en wel om de navolgende redenen. De ingreep mislukte nogal eens waardoor zichtbare littekens ontstonden

Ook de groeirichting op de strips was niet altijd die van het omliggende haar. Het belangstijkste argument tegen stripgrafting is echter dat in de meeste gevallen niet voldoende donorhaar beschikbaar is.

Haartransplantatie heeft als strategie om met zo min mogelijk haar zoveel mogelijk oppervlak bedekt te maken. Met de stripgraft wordt evenveel bedekt als dat er weggehaald is. Om deze methode tot een succces te maken zal het oppervlak aan donorhaar even groot moeten zijn als dat van de kale huid.

Tevens moet op het achterhoofd nog genoeg haar blijven staan om daar geen problemen te krijgen. Bij een jong iemand met beginnende kaalhoofdigheid is dit wellicht mogelijk. Maar als die persoon ouder wordt zal de haaruitval zich voortzetten. Het donorhaar kan tegen die tijd als verbruikt zijn.

Haartransplantatie door middel van de flapgraft-techniek.

In vervolg op de stripgraft-methode kwam de flapgraft. In wezen gaat het hierbij ook om een strip maar omdat de strifgraft-methode nogal eens mislukte werd naar verbeteringen gezocht.

De Zuidamerikaanse arts Dr. Juri kwam op het idee om een strip te nemen vanaf de slapen tot aan het achterhoofd, net boven de oren. In tegenstelling tot de stripgraft, die geheel vrij werd verplaatst, liet hij de voorkant van de strip vastzitten (vandaar de naam flap).

Nadat in het kale deel een reep huid was verwijderd draaide hij de flap vanaf de zijkant naar het bovenhoofd zonder dat daarbij de voorkant werd losgemaakt. Daarmee wilde hij zich verzekeren van een blijvende voldoende bloedtoevoer om de flap te laten overlegen. Aangezien de haargroeirichting van deze flap anders is, is het resultaat esthetisch gezien niet zo mooi. Het haar valt nu immers steil achterover. Hierdoor wordt ook het litteken zichtbaar. Een litteken kan mooi genezen maar soms gebeurt dit ook niet. Het resultaat is dan natuurlijk ook minder. Ook geldt hetzelfde nadeel als bij de strifpgraft-methode in verband met het tekortschieten van donorhaar als de client later meer haar verliest. Een verder nadeel is dat de flap niet in alle gevallen blijkt te ‘pakken’. Dit alles werkte ten gunste van de punchgraftmethode. Deze overleefde mettertijd beide andere methoden.

Reduction.

Omstreeks 1978 is door artsen een nieuwe methode ontwikkeld die naast de methoden van haartransplantatie werd gebruikt. De verplaatsing van haar wordt bij deze methode achterwege gelaten. Alleen de kale huid wordt weggenomen. De techniek werkt als volgt: een ellipsvormig deel van de huid op het bovenhoofd wordt uit de huid gesneden. Onder de huid wordt dan de omliggende huid losgemaakt. Door de ruimte die zo ontstaan kunnen de zijkanten van de insnijdingen weer aan elkaar worden gehecht. Op het eerste oog een simpele en doeltreffende methode. Daarna is nog wel haartransplantatie nodig maar met gebruik van veel minder donorhaar. Dit voordeel wint aan belang als reduction meerdere malen mogelijk is. Gedurende een aantal jaren is deze behandeling ook erg populier geweest, ook bij ons in Nederland. De laatste jaren begint men er echter van terug te komen omdat er middenop het hoofd, of op de kruin na de behandeling een litteken zit. Op een litteken groeit geen of in ieder geval heel weinig haar. Daardoor wordt het door aanvullende haartransplantatie overgezette haar in tweeën gespleten, waarbij het litteken vrij snel zichtbaar wordt. Ook begint men te vermoeden dat de huid zich op den duur toch weer terugtrekt naar beneden, waardoor het voordeel van een verkleinde kale plek verdwijnt. De laatste en zeker niet onbelangrijke reden is het feit dat mannen zich soms gaan ergeren aan het litteken. Het laatste woord over reduction is nog niet gesproken Tijdens een congres in de Verenigde Staten spreken artsen de verwachting uit dat de eerder genoemde nadelen met de nieuwe technieken niet langer zullen bestaan. Tegelijk werd duidelijk dat de artsen het nog niet eens zijn over de effectieviteit van de reductiebehandeling.

Expansion.

Deze methode komt voort uit de medische techniek om een borst bij vrouwen te reconstrueren na een borstamputatie. Via insnijdingen in de hoofdhuid worden één of meerdere ballonnen onder de behaarde hoofdhuid ingebracht.

Na ongeveer 10 tot 14 dagen wordt zo’n ballon gevuld met een steriele zoutoplossing met behulp van een naaldje. Gedurende 6 tot 8 weken wordt de ballon steeds verder gevuld. Als dit met beleid gebeurt zal de huid niet oprekken maar gaan groeien in reactie op de spanning. Na deze periode wordt de ballon verwijderd en heeft men dus kale huid over. Deze kale huid wordt dan door een chirurgische ingreep verwijderd. Evenals bij de reduction methode is een aanvullende haartransplantatie meestal nodig. Nadeel van deze methode, die ongeveer 3 maanden inbeslag neemt is de vervorming van het hoofd. Hierdoor is voor deze behandeling niet alleen tijd maar ook een zeer hoge motivatie noodzakelijk.

Implantatie van synthetisch haar.

Omstreeks 1980 waren de Japanners het verst met deze methode. Zij ontwikkelden een systeem dat werkt als volgt. Door middel van een speciaal naaldje met daaraan een hoekje worden kunstimatig gefabriceerde haren één voor één in de huid gestoken. De synthetische haar eindigt in een lusje dat onder de huid blijft vastzitten. Omdat het fabriekshaar is is er nooit te weinig van en met eigen haar wel. Er kleven toch ook nog wat nadelen aan deze methode vast. Zoals het onderhoud van kunsthaar. Er kan bewegingsslijtage optreden. Onderhoud kan niet door de cliënt zelf worden gepleegd.

Leave a Comment: